Donderdag om half twee lokale tijd, half drie in Nederland, klinkt het startschot voor de tweede etappe van de Transat 650. Voor de 77 overgebleven deelnemers betekent het het het begin van minimaal 3120 zeemijl (5797 kilometer) eenzaamheid. Naar verwachting zal de eerste boot rond 1 november in Salvador de Bahia in Brazilie arriveren.
Op hun tocht van het noordelijk naar het zuidelijk halfrond zullen de zeilers een groot aantal problemen tegenkomen. Die met hun boot, met het materiaal en misschien ook wel met hunzelf zijn voor ieder van de zeilers nog onzeker. De potentieel lastige momenten in de race, zijn echter ook nu al aan te geven.
Canarische eilanden
Zowel de passage van de Canarische eilanden als die van de Kaap Verdische archipel is berucht. Daar kun je profiteren van de windversnelling tussen de eilanden, maar ook te maken krijgen met de windschaduw van de hoge bergen. Rond het 3700 meter hoge eiland Tenerife kan het effect van de bergen zelfs vele tientallen mijlen uit de kust nog merkbaar zijn.
Of de Canarische eilanden ook dit jaar een eerste verschil kunnen maken, is echter te vraag. De weersverwachtingen duiden op een noordoostelijke stroming en dat zou betekenen dat de meeste boten niet tussen de eilanden door zullen varen maar de eilandengroep ruim in het westen zullen passeren.
Kaap Verdische eilanden
Bij de Kaapverdische eilanden hebben de zeilers die keuze niet. Om veiligheidsredenen wil de organisatie van de Transat niet dat de vloot breed uitwaaiert over de Atlantische Oceaan. Daarom is er een verplichte passage vastgesteld tussen de eilanden Sao Antao en Maio. Maar omdat die eilanden 150 mijl van elkaar liggen blijft er nog voldoende ruimte voor tactische beslissingen over. Misschien zelfs wel voor de meest beslissende van de hele race. Waar de verplichte Kaapverdische 'gate' wordt genomen, bepaalt in belangrijke mate hoe de boten zich positioneren voor hun evenaarpassage.
Slalomparcours
De passage van de evenaar is in de geschiedenis van de Transat 650 vaak beslissend geweest. Wie daar de juiste beslissingen neemt en als eerste het zuidelijk halfrond bereikt, wacht vaak een lang recht eind naar de finish waar geen grote verschillen meer worden goedgemaakt. Feitelijk gaat het daarbij niet om de evenaar zelf maar om het gebied ten noorden daarvan. Zeilers noemen het de 'Doldrums' of in het Frans de 'Pot au Noir'. Komend uit het noorden wordt de wind op 300 mijl van de evenaar geleidelijk heel licht en variabel en ontstaan er enorme buienwolken. Binnen enkele seconden kunnen de condities veranderen van volkomen windloos in 35 knopen wind of meer. De Transatroute door de Doldrums is vaak een slalomparcours rond die buiensystemen en inschatten waar die buien zitten is essentieel.
Het laatste rechte eind
Dat de statistieken meestal een probleemloze route langs de Braziliaanse kust beloven, is geen garantie dat dat ook werkelijk zo is. In 2003 kwam een aantal boten op drie dagen van de finish in grote problemen en verloren sommigen zelfs hun mast in een voor dat gebied zeldzaam koufront. Ook in Salvador de Bahia zullen de prijzen dus pas op de finish worden verdeeld.
Weersverwachting voor de eerste dagen van de tweede etappe
Donderdag rond de start, en vrijdag als de boten de Canarische eilanden naderen staat er een noordnoordoostelijke wind die geleidelijk toeneemt tot ruim 15 knopen. Dit lijkt op de normale situatie waarbij een stabiele passaatwind uit het noordoosten de zeilers comfortabel naar het zuiden brengt, maar is het niet. Een laag boven de westkust van Afrika verstoort het normale patroon enigszins en zorgt voor windstoten, lokale buien en mogelijk ook wat onweer. De zeilers zullen daar voortdurend attent op moeten zijn. Pas in de loop van het weekend zal de passaatwind rond het Atlantische hogedrukgebied zich stabiliseren. De wind zal dan met snelheden tussen 15 en 20 knopen uit het noordoosten komen.
De eerste week van de race kan daardoor bijzonder snel verlopen. Mogelijk zal de voorhoede al rond de vijfde dag bij de Kaap Verdische eilanden zijn.