Het gaat onverwacht hard, de laatste dag van de eerste etappe van de Transat. Terwijl wij ons in Madeira voorbereiden op een lange nacht, worden de positierapporten steeds optimistischer en stellen we de verwachte aankomsttijd van de Brunel keer op keer weer bij. Als Lucas om 18 uur nog maar 22 mijl van de finishlijn is, wordt duidelijk dat hij al in de vroege avond zal finishen. Hij is dan opgerukt naar een 11e positie. De 10e plek is onbereikbaar maar de achterstand van de boten achter hem is verontrustend klein.

Donker
Rond 20 uur vaart de tiende boot in de schemering over de denkbeeldige lijn tussen de havenhoofden van Funchal. Als de avond valt is er nog geen teken van de Brunel. Maar rond 20.30 wordt definitief duidelijk dat het kleine lichtje in de verte dat telkens wisselt van rood naar groen, wel degelijk de Brunel is. Tenminste, als Lucas inderdaad zijn elfde positie heeft weten vast te houden. Net als we inderdaad het Brunel-logo kunnen onderscheiden valt de wind even volledig weg. De prachtige zeilwind die de voorhoede van de vloot het laatste etmaal vooruit stuwde laat het plotseling helemaal afweten. “Is de zeewind gaan liggen met het ondergaan van de zon?”
Windvlagen
Even onverwacht als hij ging liggen, komt de wind ook weer terug. Eerst nog aarzelend, maar binnen enkele minuten zelfs harder dan daarvoor. De caravan van het wedstrijdcomité staat te schudden, de vlaggen staan strak en een pet verdwijnt dwarrelend in de richting van de boulevard. Maar het is niet die wind die het Lucas in het zicht van de finish nog eens extra lastig maakt. Dat zijn vooral de felle vlagen die zich vanaf de bergen naar beneden storten. Schreeuwend om boven het geluid van de klapperende vlaggen uit te komen, schatten we ze op zomaar 30 knopen. “Misschien zelf wel meer...”. Turend in het donker zien we dat de Brunel nog altijd zijn grootste gennaker heeft opstaan. “Is dat niet wat te veel van het goede?”
In het zicht van de finish...
Enkele honderden meters voor de finish gaat het bijna echt mis. Een zware valwind drukt de Brunel helemaal plat. De boot is al dicht genoeg bij de pier om te kunnen zien hoe Lucas de controle over de gennaker kwijtraakt. Het tennisveldgrote stuk nat nylon drijft achter de boot. "Krijgt hij hem binnen?" vragen we ons ongerust af. "Ik weet het niet. Ja, ik geloof het wel...". Centimeter voor centimeter hijst Lucas het onhandelbare stuk doek weer aan boord. Dan zeilt hij zijn laatste meters. Om even over negen klinkt de toeter: "Numero cinq cent neuf est arrivé...". Aan de horizon zien we drie lichtjes, Lucas is ze voorgebleven.

Stress
Dat de last minute stress Lucas niet onberoerd heeft gelaten, wordt duidelijk als de rubberboot die de Brunel naar de haven moet slepen, dat met iets te veel daadkracht dreigt te doen. Op de marifoon horen we hoe Lucas in een opgewonden mix van Frans en Engels aanwijzingen geeft over de procedure. "And be carefull because of the windgusts! I just almost lost my mast!"
De relatie met de Portugese rubberboot bemanning komt niet meer goed. Aangekomen bij de steiger maken ze van een relatief simpele aanlegmanoeuvre iets onbegrijpelijks dat alleen met veel geschreeuw en geduw tot een enigszins goed einde wordt gebracht. Maar dat de schade aan de Brunel beperkt blijft tot het uiteinde van de spinnakerboom is vooral toeval.
Verhalen
Het kost Lucas moeite om de aankomststress van zich af te zetten. De zorg voor zijn boot is nog even belangrijker dan het ontvangstcomité op de steiger. "Steek je vrijwel zonder schade een oceaan over, en dan krijg je dit..." moppert hij nog even voor zich uit. Dan wint de voldoening over de aankomst het. "Hoeveelste ben ik eigenlijk geworden? Elfde?" Zijn gezicht verraadt meer berusting dan tevredenheid of teleurstelling.
Dan is er tijd voor het verhaal van de etappe. Een verhaal dat we voor een deel in de afgelopen negen dagen wel konden construeren. Dat van de windstilte in de Golf van Biskaje, dat van de lastige tocht naar het zuiden, dat van het eerste front, en dat van het verschrikkelijke tweede...". Maar dat van de drie stroomloze dagen omdat de brandstofcel generator het niet meer deed, kenden we niet. En dat de veel besproken overstagmanouevre van zondagmiddag bedoeld was om het zonnepaneel beter op de zon te richten, ook dat is nieuw. We gaan er nog veel over horen in de komende dagen…

Mini-cultuur
Lucas is opmerkelijk fit en zit duidelijk nog vol adrenaline. We kennen het patroon van zijn collega's die eerder arriveerden. Tot onze verbazing zitten ze nog altijd op het terras aan de haven en maken niet de minste indruk dat zij zich al op korte termijn zullen uitleveren aan bed, douche of uitgebreide maaltijd. Het delen van ervaringen, en bier, heeft voorlopig nog hun voorkeur. En dat is eigenlijk niet zo vreemd, want hoezeer ze ook hun best doet, echt begrijpen wat ze hebben meegemaakt doen toch alleen hun collega's.
Lucas stroomt moeiteloos in. High fives, omhelzingen, sterke verhalen, gelach... De cultuur van de Mini is een bijzonder mix van keiharde topsport, ontberingen en kameraadschap.

Linkerrijtje
Als we ruim na middernacht het haventerrein aflopen, kijkt Lucas nog even achterom. Aan de steiger liggen de boten op volgorde van aankomst. Links de eerste twaalf. Rechts nog bijna leeg, gereserveerd voor het volgende dozijn.
"In het linkerrijtje. Niet gek Lucas!" Met een glimlach zoekt hij zijn bed op...